Meer info

Woordenlijst van A tot Z

  • Aandachtsgebied: Het aandachtsgebied is het gebied waaraan de inhoud van een pagina kan worden gericht. Meestal is dit het tekstgebied.
  • Afgewerkt formaat = trimmed size closed: Het formaat van één pagina van een ‘boek’ nadat het werd afgewerkt.
  • Afgewerkt formaat open = trimmed size open: Het formaat van een openliggend boek nadat het werd afgewerkt.
  • Aflopend formaat = bleed edges: Formaat van de pagina inclusief de beeldrand die buiten het afgewerkt formaat valt.
  • Alternatieve folios: De alternatieve folios maken het mogelijk om verschillende paginanummeringen in één impositiejob te gebruiken.
  • Bleed (Afloop): Bleed is wanneer een gedrukt beeld zich voorbij minstens één rand getrimde pagina uitbreidt.
  • Binden = binding: Een dik hardkartonnen driedelige band, wordt met behulp van 2 schutbladen aan het binnenwerk gekleefd. De rug blijft ongekleefd om het openliggen mogelijk te maken. De boekband is wat groter dan het binnenwerk. Het binnenwerk wordt eerst nagesneden en de band wordt pas nadien aangebracht. Binden is de duurste, maar de stevigste manier van afwerken.
  • Boren = drilling: Aanbrengen van één of meerdere gaten in een stapel papier. (bv. cursusblok, ...)
  • Bottelen: Het bottelen is een lichte omwenteling van de binnenpagina’s van een sectie die wordt gebruikt om de omwentelingsfout te compenseren bij het maken van dwarsvouwen. Dit wordt meestal gedaan bij dikkere papiersoorten.
  • Brocheren: Dit is een afwerkingsmethode, waarbij een buigzaam papieren omslag wordt bevestigd.
  • Garenloos gebrocheerd: De katernen worden vergaard, de rug wordt gefreesd en opgeruwd, de losgekomen vezels worden weggezogen en de rug wordt gelijmd.
  • Genaaid gebrocheerd: De katernen worden individueel genaaid om de bladzijden samen te houden, vervolgens worden deze vergaard en op de rug gelijmd.
  • Collationeerteken = collating mark: Zwart klein blokje dat in de rugwitmarge van een katern op het drukvel is
  • geplaatst. Bij elk katern verspringt het blokje zodat de blokjes na vouwen en vergaren een ‘trapje’ vormen op de rug. Hierdoor kan in een oogopslag worden vastgesteld of de katernen correct vergaard zijn.
  • Come-and-go: Dit wordt gebruikt wanneer twee boekjes op dezelfde manier afgewerkt worden. Deze worden samen gebonden aan dezelfde zijde en daarna worden ze gescheiden. Zo worden twee afgewerkte producten gemaakt in de tijd van één bewerking. Meestal worden deze kop aan kop gemonteerd en moeten de snijwitten even groot zijn.
  • Cut and stack: Wanneer de bladen gedrukt zijn worden ze doormidden gesneden. De ene helft wordt op de andere helft gelegd en zo wordt er een volledig boekje gevormd.
  • Creep (kruipen): Wanneer katernen gevouwen worden, worden de pagina’s in het midden van het boek naar buiten geduwd. Hierdoor kruipen de tekstblokken geleidelijk naar buiten toe. Tijdens de impositie wordt dit probleem opgelost door de positie van iedere pagina aan te passen ten opzichte van de rug. (vooral bij gehechte producten)
  • Inner creep: Een methode die gebruikt wordt om creep te compenseren. Bij deze methode hebben de buitenste pagina’s het afgewerkt formaat terwijl de binnenste pagina’s een smallere afmeting hebben. Dit wordt gedaan door het schalen van de pagina zodat deze een klein beetje smaller is of door de pagina een klein beetje bij te trimmen. Deze methode wordt meest gebruikt bij saddle-stitchen.
  • Outer creep: Outer creep is een methode om creep te compenseren. In deze methode hebben de binnenste pagina’s het afgewerkt formaat terwijl de buitenste een lichtjes grotere afmeting hebben. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door extra bleed toe te voegen aan een pagina. Deze methode wordt het meest gebruikt bij perfect-bound jobs en is het tegenovergestelde van inner creep.
  • Draaien = work and twist: Het drukvel 180° draaien met behoud van identieke boven- en onderzijde.
  • Drukcontrolestrip = control bar: Balk met meetvelden in de verschillende drukkleuren ter controle van volvlak en/of raster.
  • Dummy: Bij boeken is dit soms met een voorgedrukte omslag en een blanco boekblok. Een dummy kan dan als display- of presentatiemateriaal gebruikt worden.
  • Foldout: Een gevouwd blad in een boek of een tijdschrift, dat wanneer geopend zich voorbij de paginagrootte uitbreidt.
  • Freeswit: De witruimte die voorzien wordt bij garenloos binden of garenloos brocheren.
  • Grijperwit = gripper margin: Het gedeelte van het te bedrukken vel dat onbedrukt moet blijven om de grijpers van de pers de noodzakelijke ruimte te geven.
  • Inslagschema = imposing scheme: Geeft aan hoe de pagina’s op het drukvel moeten worden gedrukt, zodat ze na te zijn gevouwen en gebrocheerd op de juiste volgorde staan.
  • Katern = section: Gevouwen vel van een aantal pagina’s (veelal een veelvoud van vier) waarvan (een gedeelte van) een boek of brochure kan worden samengesteld.
  • Keren = work and turn: Draaien van het vel over de kortste zijde zodat de vooraanleg behouden blijft.
  • Leaf: Het blad is een pagina plus zijn foldouts.
  • Looprichting = grain: Bij de papierfabricage op de langzeef- en rondzeefmachine rangschikken de vezels zich voornamelijk evenwijdig aan de lengterichting van de papierbaan. Bij het versnijden tot vellen is deze richting evenwijdig aan de lange kant van het vel of aan de korte kant, wat van belang is bij het drukken en bij het binden, waarbij de looprichting moet evenwijdig zijn aan de rug van het boek.
  • Multibook: Multibook maakt het mogelijk om twee orders in één drukorder te combineren. Dit resulteert in verschillende paginalijsten. Elke keer wanneer een verschillend boek wordt geselecteerd, verschijnt een nieuwe paginalijst.
  • Multisection: Multisection maakt het mogelijk om binnen één enkele signatuur te werken die verschillende secties bevat. Dit is belangrijk voor rotatiepersen.
  • Multisignature: Multisignature maakt het mogelijk om verschillende signaturen op één blad toe te passen. Dit is een belangrijke optie voor offsetpersen.
  • Onafgewerkt formaat = unfinished size: Dit is het afgewerkt papierformaat toegenomen met kopwit, voetwit en rugwit, evenals andere parameters.
  • Overslag: Dit is een uitstekende strook (van 4 tot 7 mm) van een gevouwen katern ten behoeve van het openen van de katern met grijpers op het oplegapparaat van een verzamelhechter of een geautomatiseerde naaimachine. U kunt een overslag vooraan of achteraan hebben, meestal wordt de voorkeur gegeven aan een overslag achteraan voor de verzamelhechter en vooraan voor de naaimachine optimaal 7 mm bovenop het snijwit.
  • Overzetten = to set off: Dit is het overzetten van natte inkt op het bovenliggend papier.
  • Pagina-instelling = page setup setting: De plaats waar men kan kiezen voor stand van het drukvel en marge-instellingen in een softwareomgeving.
  • Paginacijfer = page number: Dit cijfer geeft in opvolgende nummering het aantal pagina’s weer. Pagina 1 hoeft niet altijd overeen te stemmen met de eerste bladzijde van het binnenwerk.
  • Paneel: Het paneel is een deel van een foldout. Een pagina kan één of meerdere panelen bevatten.
  • Paskruis = register mark: Een paskruis is een registerteken voor alle drukkleuren ter controle van de stand bij druk. Deze tekens staan zo ver mogelijk uit elkaar, naar de vooraanleg toe.
  • Register: Het nauwkeurig op elkaar passen van het drukbeeld aan de twee zijden van het papier of de drukkleuren onderling.
  • Ritsen = to score: Het aanbrengen van een preeg of perforatie in papier of karton te vergemakkelijking van het zuiver vouwen.
  • Rillen (biegen): Dit is het aanbrengen van voorvouwlijnen in zwaardere papiersoorten om nadien het machinaal vouwen te vergemakkelijken.
  • Rondzetten = to round: Vormen van een ronde rug bij een boekblok na het driesnijden.
  • Rotatiepers = web-fed press: Een web-fed pers is een pers die vanaf bobijnen drukt.
  • Signatuur = signature titel and number: Dit is de verkorte titel en katernnummer die in klein korps aan de voet van de eerste pagina van elk vel (beter: op de rug tussen de eerste en de laatste pagina) worden gedrukt ter vergemakkelijking van en de controle op het vergaren (collationeren).
  • Smeltlijm = hot-melt adhesive: Een plakmiddel dat bestaat uit een mengsel van harsen en wassoorten, dat zachtgemaakt wordt door warmte en dan zijn kleefkracht krijgt. De smeltlijm heeft een zeer stevige hechting. Dit wordt vooral gebruikt voor garenloos binden.
  • Snijlijn = crop mark: Deze lijn geeft de plaats van de eindsnit aan. Positionering buiten het afgewerkt formaat.
  • Stansen = to die-cut: Dit is bepaalde delen uit het papier verwijderen. Deze beweging gebeurt loodrecht en niet zwaaiend zoals bij een snijmachine.
  • Stolpen = work and tumble: Draaien van het vel over de langste zijde zodat de zijaanleg behouden blijft.
  • Trimmen = trimming: Trimming is het boek snijden tot zijn afgewerkt formaat. Het is de laatste stap in het vervaardigen van het boek.
  • Two-up: Dit wordt gebruikt wanneer twee boekjes op dezelfde manier afgewerkt worden. Deze worden samen gebonden of gehecht aan dezelfde zijde. Twee identieke producten staan boven elkaar.
  • Three-up: Dit wordt gebruikt wanneer drie boekjes op dezelfde manier afgewerkt worden.Deze worden samen gebonden of gehecht aan dezelfde zijde. Drie identieke producten staan boven elkaar.
  • Vellenpers = sheet-fed pers: Pers waar het papier wordt ingevoerd in vellen. Het tegenovergestelde hiervan is invoer vanaf bobijnen zoals op een rotatiepers.
  • Vergaren = to assemble: Katernen op elkaar stapelen.
  • Verzamelen = insetting: Katernen in elkaar steken.
  • Vooraanleg = front lay: Voorziening op de drukpers, waartegen de voorkant van de drukvellen gepositioneerd wordt.
  • Vouwlijn = fold mark: Deze lijn geeft de plaats van het vouwen aan. Positionering buiten het afgewerkt formaat.
  • Witruimte: Is de witruimte tussen pagina’s van een boek, voor het binden en het vouwen.
  • Zadelnieten = saddle stitching: De publicatie wordt samengehouden door nietjes. Er worden twee of meer nietjes aangebracht in de rug, afhankelijk van de hoogte van de publicatie. De katernen worden verzameld.
  • Zetspiegel = type area: Gedeelte van de pagina ingenomen door variërende tekst- en beeldinhoud.
  • Zijaanleg = side lay: Voorziening op de drukpers, waartegen de zijkant van de drukvellen gepositioneerd wordt.

ANTWERP BINDING NV

Oudebaan 55, unit 8 | 2610 Wilrijk | T. 0032(0)3 825 25 45 | M: antwerp.binding@online.be

Copyright (c) 2011 ANTWERP BINDING NV. All Rights Reserved | Last Update 23/08/2011.